Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


5 tijdelijke gebouwen die een eeuwig leven verdienen

Architectuur

In 2014 ging de belangrijkste internationale architectuurprijs, de Pritzker Prize, naar de Japanner Shigeru Ban, die niet alleen het Centre-Pompidou-Metz ontwierp en het betoverende Curtain Wall House in Tokio, maar ook een heel aantal gebouwen van papier, karton en andere vergankelijke materialen. Het zijn constructies die bedoeld zijn om snel en goedkoop gebouwd te kunnen worden, eventjes te blijven staan en dan weer afgebroken te worden. De foto hierboven (© Bridgit Anderson via www.shigerubanarchitects.com) is van de kathedraal in karton die Ban ontwierp voor de inwoners van het door een zware aardbeving getroffen Christchurch in Nieuw Zeeland. Wie weet zal de bekroning van het oeuvre van Ban ervoor zorgen dat meer mensen de uitzonderlijke architecturale kwaliteiten zullen erkennen van sommige tijdelijke constructies, zoals deze vijf:

 

1) Papieren kerk van Shigeru Ban (1995)

shigeru ban

Deze kerk van papier is slechts een van de vele tijdelijke constructies op het palmares van de Japanse architect Shigeru Ban. De gebouwen in kwestie zijn in veel gevallen ontworpen om vluchtelingen en slachtoffers van natuurrampen onderdak te bieden – dat hij zijn talent als architect inzet om mensen in nood te helpen, is een van de redenen waarom hij in 2014 de prestigieuze Pritzkerprize in ontvangst mocht nemen. Bans eerste humanitaire project dateert van 1994, het jaar waarin miljoenen Rwandezen, op de vlucht voor de genocide, gedwongen werden om in erbarmelijke omstandigheden te leven. Ban ontwierp voor deze vluchtelingen noodwoningen gemaakt uit papieren kokers en werd daarop aangesteld als consultant van de United Nations High Commissioner for Refugees. Hij stelde zijn tijd en talent ook ten dienste van de slachtoffers van de aardbeving in Kobe, Japan, met name van de Vietnamese vluchtelingen, voor wie hij de ‘Paper Log House’ bedacht: hij maakte muren van verticaal naast elkaar geplaatste kartonnen kokers en een fundering van bierkratten gevuld met zandzakjes. Uit deze periode stamt ook de kerk van papier, die Ban ontwierp als gemeenschapscentrum voor de getroffenen van de aardbeving. De kerk was nooit bedoeld om te blijven en werd dan ook na een tijdje afgebroken. Gelukkig werd de bijzonder mooie constructie, net als Bans andere gebouwen een gracieuze ruimte met veel lichtinval, in 2008 opnieuw opgebouwd in Taiwan. Foto van Hiroyuki Hirai via www.pritzkerprize.com, waar meer voorbeelden te zien zijn van Bans werk, net als op www.shigerubanarchitects.com.

 

2) Futuro van Matti Suuronen (1968)

futuro

De Futuro is een icoon van het architecturale utopisme van de jaren 60. De futuristisch ogende capsule was oorspronkelijk bedoeld als lodge voor een skigebied in Finland, maar de architect (een Fin) en met hem vele andere vooruitgangsdenkers beschouwden de Futuro als de geprefabriceerde woning van de toekomst. Met behulp van de helikopter kon de eigenaar het kant-en-klare weekendhuisje eender waar neerzetten. De platte ellipsoïde (een technische term voor iets wat eruitziet als een vliegende schotel) is 4 meter hoog en 8 meter in doorsnee en hoofdzakelijk gemaakt van plastic. De Futuro is daarmee een kind van zijn tijd – het ontwerp sluit met name aan bij het werk van de productdesigners van de jaren zestig, eerder nog dan bij dat van de architecten. Dat komt in de eerste plaats door de materiaalkeuze: plastic was hét favoriete werkmiddel van pop culture designers (denk aan de Bubble chair Van Eero Arnio, de Boby Trolley van Joe Colombo of oorspronkelijke Panton chair). Maar het is ook een materiaal dat niet goed bestand is tegen de tijd des tijds: plastic is op zijn mooist wanneer het gloednieuw is; wanneer het veroudert wordt het vaal, broos en begint het barsten te vertonen. Daarom is de Futuro een tijdelijk object gebleken, dat overigens nooit écht, zoals de bedoeling was, voor de massa is geproduceerd: er zouden er een zestigtal gemaakt zijn in Finland en Amerika, en geen enkel daarvan is nog in gebruik als cottage. Het prototype werd aangekocht en gerestaureerd door het Museum Boijmans Van Beuningen, en wordt daar nu in het depot bewaard. Foto: www.boijmans.nl.

 

3) Brug van Gijs Van Vaerenbergh (2014)

gijsvanvaerenbergh

Het bekendste project van het Belgische duo Pieterjan Gijs en Arnout Van Vaerenbergh is wellicht ‘Reading Between the Lines’, de doorzichtige kerk van op elkaar gestapelde staalplaten die ze in Borgloon lieten optrekken in het kader van het kunstproject pit. Ook hun tijdelijke brug uit 2014 balanceert op de dunne grens tussen architectuur en kunst. De installatie werd opgebouwd uit een mobiele kraan en een set torenkraanelementen ter gelegenheid van het Festival Kanal Playground, dat doorging van 19 tot 21 september in de kanaalzone van Brussel. De brug verbond daar, ter hoogte van Tour & Taxis de twee oevers van het kanaal, op de plaats waar ooit een permanente brug zou moeten komen voor trams, fietsers en voetgangers. De brug was functioneel en tegelijkertijd een symbool voor de mogelijkheden van snelle interventies om grote stedenbouwkundige veranderingen teweeg te brengen. Foto van Jeroen Verrecht via www.gijsvanvaerenbergh.com.

 

4) Paviljoen van Toyo Ito (2002)

paviljoen toyo ito

Dit ranke paviljoen in Brugge van de Japanse architect Toyo Ito, in wiens oeuvre het vluchtige en het kwetsbare centraal staan, heeft voor heel wat controverse gezorgd in Brugge en bij uitbreiding in Vlaanderen: het was bedoeld om twee jaar te blijven staan maar werd uiteindelijk pas in 2013, na veel gepalaver en geruzie tussen politici, afgebroken. Op dat moment lag het er al jaren verwaarloosd, beschadigd en verweerd bij (de vloer van de brug was in elkaar gestort door het gewicht van een vorklift), en dat voor een paviljoen dat ooit symbool stond voor de ambitie van Brugge om, als Wereldcultuurstad van 2002, het historische karakter van de stad te verbinden met het hedendaagse. Het was een architecturaal statement op de plaats waar Brugge ontstaan zou zijn: de Burg. Met behulp van innoverende technieken en met zuivere architecturale lijnen creëerde Ito een lichte aluminium constructie, met een vijver en brug. Het is beeld van lichtheid en vooruitgang, maar ook van vergankelijkheid en evolutie. In 2008 werd het paviljoen na verhitte discussies tussen verschillende autoriteiten beschermd, omwille van de architecturale waarde ervan, maar in 2013 werd die bescherming dus opgegeven, om het stadsbestuur de mogelijkheid te geven om het plein opnieuw in te richten. Foto via www.toyo-ito.co.jp.

 

5) Olympische schietbanen van Magma Architecture (2012)

magma architecture

De drie schietbanen voor de Olympische Spelen in London van 2012 zijn ontworpen om na afloop van de Spelen zo snel mogelijk ontmanteld te worden. (Dat geldt overigens voor de meeste stadia en andere bouwwerken die ter gelegenheid van het sportevenement werden opgetrokken: slechts zes ervan zijn bedoeld om te blijven staan.) Net het gegeven dat hun werk maar tijdelijk zou zijn, heeft het Duitse architectenbureau gemotiveerd om een zo opvallend mogelijk ontwerp te bedenken, zodat de hallen door hun uitzicht wel een permanente indruk zouden maken op de bezoekers en de lokale bevolking van Woolwich, de deelgemeente waar de schiethallen in kwestie werden neergezet. Dat is gelukt: de gevels van alledrie de modules (voor de competie op 10, 25 en 50 meter) zijn gemaakt van een frisse, kraakwitte en gebogen pvc-membranen, met daarin kleurrijke openingen. De architecten lieten zich inspireren door de sport zelf – ze wilden met name dat hun ontwerp de vloeiende beweging en de precisie van een schot zou oproepen – en wonnen daarmee de prijs voor Beste Tijdelijke Gebouw op de AIA UK Excellence in Design Awards. Foto: magmaarchitecture.com.

 

___ Tekst: Hadewijch Ceulemans