Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


5 wondermooie afscheidsbrieven

Cultuur

Vorig jaar verscheen Brieven van belang – Onvergetelijke correspondentie, een unieke en schitterend uitgegeven verzameling van facsimile’s van 125 verrassende, belangwekkende, ontroerende of grappige handgeschreven brieven. Het boek is de spin-off van de blog die auteur Shaun Usher oprichtte in 2009, Letters of Note, om brieven met de buitenwereld te delen die volgens hem een groter publiek verdienen. Wij selecteerden 5 hartverscheurende afscheidsbrieven uit dit boek, bedoeld voor één iemand, maar vol ontroerende levenswijsheden die iedereen raken.

(Afbeelding hierboven: de eerste pagina van de brief die Elvis Presley op 21 december 1970 schreef aan president Nixon, en waarin hij zijn diensten aanbiedt als "Federal Agent at Large" in de strijd tegen drugs. Uit Brieven van belang, pagina 159.)

 

1) De brief van Mary Stuart, koningin van Schotland

Aan: Hendrik III van Frankrijk, de broer van haar overleden eerste echtgenoot

Wanneer: in de vroege ochtend van 8 februari 1587, 6 uur voordat ze onthoofd werd in de aanwezigheid van 300 getuigen.

Mijnheer mijn schoonbroer, nadat ik door Gods wil, om mijn zonden naar ik denk, mij onder de invloed heb gesteld van mijn nicht de Koningin, in wier handen ik gedurende bijna twintig jaren heb geleden, ben ik uiteindelijk ter dood veroordeeld door haar en haar ministers. […] Ik heb de vrijheid genomen U twee kostbare stenen te zenden, talismans tegen ziekten, in het vertrouwen dat U een goede gezondheid en een lang en gelukkig leven zult genieten. […] Nogmaals beveel ik mijn bedienden bij U aan. Geef opdracht, als het U belieft, om ter wille van mijn zielenheil een deel van hetgeen U mij verschuldigd bent te betalen, zodat er ter ere van Jezus Christus, tot wie ik morgen als ik sterf voor U zal bidden, genoeg rest voor een Mis om mij te gedenken en voor de gebruikelijke aalmoezen aan de armen. Woensdag om twee uur na middernacht

Uw zeer liefhebbende en goede schoonzuster

Mari R

(Afbeelding: Mary, Queen of Scots, 1558 - miniatuur door Francis Clouet. http://www.royal.gov.uk)

 

2) De brief van Vrouwe Shigenari

Aan: haar man, samoerai Kimura Shigenari

Wanneer: in 1615, het jaar waarin de jonge Japanse samoerai Shigenari zijn troepen aanvoerde bij het Beleg van Osaka. Zijn vrouw had er geen goed oog in, en besloot de hand aan zichzelf te slagen omdat ze niet zonder haar man verder wilde leven. Na haar zelfmoord werd Shigenari tijdens de strijd onthoofd.

Ik weet dat wanneer twee reizigers onder dezelfde boom schuilen en hun dorst lessen in dezelfde rivier dat allemaal bepaald is door hun karma uit een vorig leven. De afgelopen paar jaren hebben jij en ik hetzelfde kussen gedeeld als man en vrouw die bedoeld hadden hun leven te delen en samen oud te worden, en ik ben zo gehecht aan je geraakt als ware ik je schaduw. Dat is wat ik geloofde en ik denk dat het is hoe jij ook over ons dacht.

Maar nu hoor ik over het laatste waagstuk dat je gaat ondernemen, en hoewel ik niet bij je kan zijn om dat grootse moment met je te delen, verheug ik mij er kennis van te nemen. […] Ik heb nu alle hoop verloren op onze gezamenlijke toekomst in deze wereld en met hun voorbeeld in gedachten heb ik besloten de laatste stap te zetten nu je nog in leven bent. Ik wacht op het aan het einde van wat de weg naar de dood wordt genoemd.

Ik bid dat je nooit maar dan ook nooit de grote gaven zult vergeten, zo diep als de zee en zo hoog als de bergen, die ons gedurende zovele jaren werden geschonken door onze heer, Prins Hideyori.

(Afbeelding: 'The first man across the Uji River', een vroeg-17de-eeuws zesdelig kamerscherm van de Hasegawa School - Christie's Images Ltd. 2009 via elogedelart.canalblog.com)

 

3) De brief van ontdekkingsreiziger Robert Scott

Aan: zijn vrouw Kathleen Scott

Wanneer: er wordt aangenomen dat de Britse kapitein Scott op 29 maart 1912 is overleden, tijdens de tocht terug naar huis (van 1200 kilometer!) nadat hij en zijn team op 17 januari 1912  de Zuidpool hadden bereikt. Toen ze nog iets meer dan de helft van de terugreis voor de boeg hadden, overleed een van zijn mannen en de rest volgde snel. De lichamen en bezittingen van Scott en co werden op 12 november 1912 gevonden.

Aan: Mijn weduwe

Allerliefste schat – we zitten in een heel lastig parket en ik betwijfel of we ons daaruit kunnen redden. In onze korte middagpauze maak ik gebruik van het beetje warmte dat we hebben om brieven te schrijven in voorbereiding op een mogelijk einde – de eerste natuurlijk aan jou bij wie ik in gedachten het meeste ben of ik nu waak of slaap – Als mij iets overkomt wil ik graag dat je weet hoeveel jij voor mij hebt betekend […]

Het is sinds ik het bovenstaande schreef bergafwaarts met ons gegaan. De arme Titus Oates is er niet meer – hij was er heel slecht aan toe – wij gaan door en denken dat we een kans hebben om het te halen, maar de koude blijft maar aanhouden – we zijn nu nog maar 30 kilometer van een depot verwijderd maar we hebben erg weinig voedsel en brandstof. […]

Sinds ik het bovenstaande schreef zijn we op 17 kilometer van ons depot hebben nog één warme maaltijd en voor twee dagen koud eten we hadden het al kunnen  halen maar zijn vier dagen opgehouden door een verschrikkelijke storm – Ik denk dat onze kans verkeken is we hebben besloten ons niet van het leven te beroven maar tot het laatst toe te blijven vechten tot we dat depot bereiken maar in dat vechten wacht ons een pijnloos einde dus maak je geen zorgen. […]

Je ziet dat ik me bezorgd maak om jou en de toekomst van de jongen – wek als je kunt zijn belangstelling voor natuurhistorie, dat is beter dan spelen – dat stimuleren  ze op sommige scholen – Ik weet dat je hem veel in de buitenlucht zult laten – probeer hem in een God te laten geloven, dat geeft troost. O mijn allerliefste mijn allerliefste wat een dromen heb ik gehad voor zijn toekomst en toch o mijn meisje weet ik dat je het stoïcijns zult dragen – jouw portret en dat van de jongen zullen op mijn borst worden gevonden en het ene in het kleine Marokkaanse etuitje dat Lady Baxter me gaf – […]

Wat zou ik je veel over deze reis kunnen vertellen. Dat het zo veel beter is geweest dan comfortabel thuis rondhangen – wat een verhalen zou je dan voor de jongen hebben maar o wat een hoge prijs moet ik betalen – de aanblik van je allerliefste gezicht te moeten missen. […]

(Foto: Het team van Robert Scotts Zuidpool expeditie poseert aan de paal in January 1912. Met, staand van links naar rechts: Henry (Birdie) Bowers, Robert Falcon Scott en Edward Adrian Wilson; zittend van links naar rechts: Edgar Evans en Lawrence (Titus) Oates. - AP Photo/Cambridge University via www.usatoday.com.)

 

4) De brief van Virginia Woolf

Aan: haar man Leonard Woolf

Wanneer: Leonard Woolf vond de brief op de schoorsteenmantel op 28 maart 1941, op de dag dat zijn vrouw zelfmoord pleegde, om zo te ontsnappen aan de ernstige depressies waarmee ze al van jongsaf te kampen had. Haar lichaam werd weken later teruggevonden in de rivier de Ouse, de zakken van haar kleren gevuld met zware stenen.

Liefste,

Ik weet zeker dat ik weer gek aan het worden ben. Ik denk dat we niet opnieuw zo’n verschrikkelijke periode aankunnen. En ik zal er deze keer niet van herstellen. Ik begin stemmen te horen en ik kan me niet concentreren. Daarom ga ik doen wat mij het beste lijkt. Je hebt me het grootst mogelijke geluk geschonken. Je bent in elk opzicht alles geweest wat iemand zich maar kan wensen. Ik geloof niet dat twee mensen nog gelukkiger kunnen zijn dan wij waren totdat deze verschrikkelijke ziekte zich aandiende. Ik kan er niet meer tegen vechten. Ik weet dat ik jouw leven verpest, dat je zonder mij zou kunnen werken. En dat zul je ook, weet ik. Je ziet dat ik dit niet eens goed kan opschrijven. Lezen lukt niet. Ik wil je zeggen dat ik alle geluk in mijn leven aan jou te danken heb. Je bent eindeloos geduldig en ongelooflijk goed geweest. Dat wil ik je zeggen – iedereen weet het. Als iemand me had kunnen redden, dan zou jij dat zijn geweest. Alles is mij ontglipt, behalve de zekerheid van jouw goedheid. Ik kan jouw leven niet langer verpesten.

Ik geloof niet dat twee mensen gelukkiger hadden kunnen zijn dan wij zijn geweest.

V.

(Foto: modernism.research.yale.edu)

 

5) De brief van kamikazepiloot Masanobu Kuno

Aan: zijn kinderen (5 en 2 jaar)

Wanneer: op 23 mei 1945, de dag voor hij zich in een met explosieven volgeladen Japans vliegtuig met opzet te pletter stortte op een oorlogsschip van de geallieerden.

Lieve Masanori en Kiyoko,

Ook al kunnen jullie me niet zien, ik zal altijd op jullie letten. Kies later als jullie groot zijn de weg die jullie bevalt en word een goede Japanse man en vrouw. Wees niet jaloers op andere vaders. Jullie vader wordt een god en zal goed op jullie passen. Jullie moeten allebei goed je best doen op school en jullie moeder hepen in het huishouden. Ik kan jullie niet meer helpen, maar jullie beiden moeten altijd lief voor elkaar zijn. Ik ben een vrolijke man die in een grote bommenwerper vloog en de vijand heeft vernietigd. Wees onverslaanbaar zoals je vader en wreek mijn dood.

Van Vader

(Foto: Studentes van de Chiran school wuiven een kamikazepiloot uit in Japan - Wikipedia.)

 

___ Samenstelling; Hadewijch Ceulemans