Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


5 films voor architectuurfanaten

Architectuur Cultuur

Location hunting voor films, het moet een boeiende bezigheid zijn. Hoe bepaal je welke set de juiste wordt voor een verhaal? Ongetwijfeld spelen praktische elementen een bepalende rol, maar een regisseur heeft er alle belang bij om een locatie te kiezen met de juiste sfeer – vaak vertelt een plek al een deel van het verhaal. In de 5 films hieronder kozen de regisseur en zijn team telkens voor een locatie – een huis, een stad – met een architectuur die zo bijzonder is en in het oog springt dat de plek als vanzelf een rol krijgt in de film, en een uitzonderlijke esthetiek geeft aan elke scène.

 

1) Le Mepris

brigitte bardot le mepris

1963. Regie: Jean-Luc Godard. Met o.a. Brigitte Bardot, Michel Piccoli, Jack Palance en Fritz Lang.

Een klassieker van een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nouvelle Vague, gebaseerd op de roman Il disprezzo (uit 1954) van Alberto Morovia, over een Amerikaanse filmproducer (Jeremy Prokosch, gespeeld door Jack Palance) en schrijver en scenarist (Paul Javal, gespeeld door Michel Piccoli). De feitelijke hoofdrol is weggelegd voor de vrouw van deze laatste, Camille Laval (Brigitte Bardot). Zij vervreemdt van haar man – die in de film het concept van artistieke expressie vertegenwoordigt – naarmate ze meer tijd doorbrengt met de schatrijke playboy Prokosch, die symbool staat voor commerciële belangen. Al even mooi als Brigitte Bardot is de locatie waar een groot deel van de film zich afspeelt: in en rond het adembenemende Casa Malaparte, op een 32 meter hoge klif van de rotsachtige oostkust van het eiland Capri. De elegante maar tegelijk monolitische villa uit 1942 is volledig afgezonderd van de bewoonde wereld; ze is enkel te voet bereikbaar, via een moeilijk begaanbaar, klimmend voetpad, of per boot. De bouwheer is schrijver Curzio Malaparte. Hij wilde afzondering, eenvoud rust. (Hij was in de jaren 30 door Mussolini verbannen, en dat was hem blijkbaar ten zeerste bevallen.) Malaparte bouwde zijn huis eigenhandig, naar de plannen van architect Adalberto Libera. Het resultaat is precies zoals hij het wilde: een Spartaans toevluchtsoord met enkel op het uitgestrekte dak, dat je bereikt via een spitstoelopende trap in de openlucht, ruimte voor poëzie, in de vorm van een gebogen windbreker. Kijk naar de scènes uit Le Mépris waarin Brigitte Bardot ligt te zonnebaden op dit dak en je krijgt een idee van de verstilde kracht van deze plek.

 

2) A Single Man

lautner a single man

colin firth a single man

colin firth a single man

2009. Regie: Tom Ford. Met o.a. Colin Firth, Matthew Goode en Julianne Moore.

In zijn regiedebuut (gebaseerd op de gelijknamige roman van Christopher Isherwood) observeert Tom Ford George, een homoseksuele literatuurprofessor in de rouw na het overlijden van zijn vriend. De tristesse en de eenzaamheid van George worden op een ingetogen maar tegelijk indrukwekkende vertolkt door Colin Firth (die daarvoor beloond werd met een Oscarnominatie). Ze worden ook weerspiegeld in de architectuur van het woonhuis van George, waar een flink deel van de film, die zich afspeelt in het California van de jaren 60, is opgenomen: de Schaffer Residence, een bescheiden maar ronduit prachtige modernistische bungalow van hout en glas, omringd door eikenbomen, aan de voet van de Verdugo Hills, een nogal afgelegen stukje van L.A. Het huis werd gebouwd in 1949 door architect John Lautner, in opdracht voor de familie van een zijn werknemers. Het is een voorbeeld van het vroege werk van Lautner, die tot kort daarvoor voor Frank Lloyd Wright had gewerkt – het is warmer, eenvoudiger en organischer dan zijn latere projecten, veelal chique huizen in en rond L.A., waarvan er verschillende als decor zijn gebruikt in Hollywoodfilms. De keuze van Tom Ford voor de Schaffer Residence is ongetwijfeld een van de redenen waarom zijn film overal en door iedereen uitvoerig geprezen wordt omwille van de esthetiek: elk shot op zich is ontzettend mooi en gestileerd, en ademt een verstilde, adembenemende sfeer.

 

3) Playtime

Jacques Tati Playtime

1967. Regie: Jacques Tati. Met o.a. Jacques Tati en France Rumilly.

Niet de meest toegankelijke film – er is amper een verhaallijn en er wordt heel veel overgelaten aan de interpretatie van de kijker – maar wel een mijlpaal in de (Franse) filmgeschiedenis. Al was het maar omdat Tati speciaal voor deze film een gigantische set liet bouwen op een braakliggend terrein in Vincennes (dichtbij Parijs). De bouw van deze ‘Tativille’ was zonder twijfel een megalomaan project: een pseudostad, geïnspireerd op Parijs, waar alles om herhaling en regelmaat draait, van de kleinste details in de interieurs tot het stratenplan. De set was meer dan 15.000 vierkante meter groot met twee volledig functionerende moderne kantoorgebouwen, stroomvoorziening en een kleinschalige vlieghaven. In totaal werd er 50.000 kubieke meter beton in de stad gepompt, om en bij 4000 vierkante meter plastic, 3200 vierkante meter hout en 1170 vierkante meter glas. En geld, veel geld, waarvan het merendeel afkomstig was uit de eigen zak van Tati – hij durfde het risico nemen na het succes van zijn vorige film, Mon Oncle. Maar Playtime werd een commerciële flop, en Tati verloor tijdelijk de rechten op al zijn films. Een behoorlijke tegenslag dus, maar de tijd heeft Tati gelijk gegeven: filmcritici smullen van Playtime en buigen zich met plezier over de vragen hoe en in hoeverre Tati in de film het modernisme bekritiseert, en over wat de film te vertellen heeft de problematische impact van de vooruitgang op steden en hun inwoners. De film is opgebouwd uit zes sequenties die zich afspelen in respectievelijk een ultramoderne luchthaven, een onpersoonlijk kantoorgebouw als een doolhof van glas en staal, een beurs waar de laatste moderne gadgets worden voorgesteld, een minimalistisch appartement, een restaurant in de Jardin Royal en een kruispunt waar auto’s rondrijden als in een carrousel. De scènes hebben weinig met elkaar te maken maar zijn met elkaar verbonden dankzij twee telkens terugkerende personages: Barbara, een jonge Amerikaanse toeriste die ‘Parijs’ bezoekt in groep, en Monsieur Hulot, een verwarde Fransman die verloren loopt de nieuwe, moderne stad.

 

4) Inception

inception christopher nolan

2010. Regie: Christopher Nolan. Met o.a. Leonardo Dicaprio, Joseph-Gordon-Levitt, Marion Cotillard, Ellen Page en Tom Hardy.

In deze uiterst complexe, intrigerende en geslaagde psychologische thriller is architectuur veel meer dan achtergrond; het is een centraal thema. De belangrijkste personages in het verhaal zijn droom-architecten: ze breken in de dromen van iemand anders, bijvoorbeeld een bedrijfsleider, om daar bepaalde informatie of ideeën te stelen (in opdracht van een concurrerend bedrijf). In de film krijgen ze een nieuwe uitdaging voorgeschoteld: inbreken in een droom en daar een idee inplanten. De manier waarop ze dat doen is behoorlijk ingewikkeld – de architect en het ‘slachtoffer’ moeten tegelijkertijd in slaap zijn, er is een machine en er zijn afspraken over hoe en wanneer ze wakker worden. Of de architecten slagen in hun missie, hangt af van hun vermogen om omgevingen – gebouwen, labyrinten, straten, buurten, steden – te construeren in de droom. Een sleutelscène is wat dat betreft diegene waarin de jonge droom-architecte Ariadne in haar onderbewustzijn een buurt in Parijs oproept en vervolgens de straten, pleinen en gebouwen als in een delirium op zichzelf laat terugvouwen, alsof ze gemaakt zijn van rubber. Ook intrigerend: de scène met de oneindige trap.

 

5) Metropolis

metropolis fritz lang

1927. Regie: Fritz Lang. Met o.a. Gustav Fröhlich en Brigitte Helm.

Deze expressionistische sciencefiction klassieker van de Duitse regisseur Fritz Lang is letterlijk en figuurlijk een donkere film. Letterlijk omdat deze stille film dateert van voor de introductie van de kleurenfilm en figuurlijk omdat hij een dystopisch beeld toont van een griezelige stad uit de toekomst, Metropolis. De stad is opgebouwd uit verticale lagen die overeenstemmen met de sociale klasse van wie er woont. De arbeidersklasse leeft in de lagergelegen delen van de stad in slechte omstandigheden en werkt tussen de machines die de stad draaiende houden. De upper class bestaat voornamelijk uit de stadsplanners en hun familie; zij wonen in decadent luxueuze hoge torens. Centraal in de film staan Maria, een mooi meisje uit de laagste klasse, en Freder, de zoon van de heerser van Metropolis. Hij heeft geen flauw benul van de slavernijachtige toestanden die zich onder zijn voeten afspelen, tot hij Maria ontmoet. Hij gaat als arbeider leven omdat hij haar terug wil zien, maar Maria wordt gekidnapt door een crazy professor die haar, in opdracht van Freders vader, wil gebruiken om een robot te maken die op haar lijkt en die onrust en problemen zal brengen voor de arbeiders. Op die manier wil de vader een halt toeroepen aan de profetieën van Maria, die haar soortgenoten hoop geeft door te voorspellen dat er ooit gelijkheid en harmonie zal bestaan in Metropolis, en dat er een Mediator zal komen die een brug zal slaan tussen rijk en arm.

 

___ Tekst: Hadewijch Ceulemans, met dank aan Ewoud Ceulemans