Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


5 keer binnenkijken in de huizen van kunstenaars uit de Lage Landen

Architectuur België Cultuur

Misschien heeft u in de paasvakantie wat extra tijd voor een citytripje in eigen land? En misschien is op zo'n uitstapje voor u, net als voor ons, wat cultuur altijd welkom, zonder dat u per se zin heeft in een uitgebreid bezoek aan een groot museum? In dat geval kunnen we u een trip naar een van deze 5 kunstenaarswoningen aanraden, waar grote namen uit de naoorlogse scene woonden, werkten en geïnspireerd werden, en die na de dood van hun bewoners werden opengesteld voor het publiek.

 

1) De Vier Winden, Jabbeke

permekemuseum

In 1930 verhuisde de wellicht belangrijkste Vlaamse expressionistische kunstenaar, Constant Permeke (1886-1952), naar de Gistelsesteenweg 341 in Jabbeke. Hij ging er met zijn gezin wonen in een modernistisch huis waarvoor hij de plannen zelf getekend had, met de hulp van bevriend architect Pierre Vandevoort. Het werd gebouwd op een perceel in een rurale omgeving dat Permeke zorgvuldig had uitgezocht: vanuit zijn atelier kon hij de omliggende weilanden zien, en het boerenleven, dat vanaf dan een belangrijke bron van inspiratie voor zijn schilderijen en sculpturen werd.  De eenvoudige maar ruime woning, met een rechthoekig grondplan en een plat dak, werd perfect naar de vier windrichtingen georiënteerd, en kreeg daarom de naam ‘Vier Winden’. Vandaag is hier, en in het aparte atelier voor grote werken dat in 1935 werd bijgebouwd, het Permekemuseum gevestigd. Een deel van de woonruimte en de ateliers (die in totaal drie vierde van het huis innemen) zijn te bezoeken, in hun oorspronkelijke staat en ingericht met werken van Permeke en enkele authentieke meubels. Bezoek zeker ook de geometrisch-kubistische tuin die het huis omringt, en kies eventueel voor een van de digitale wandelingen op http://www.permekemuseum.be/, aangepast aan verschillende leeftijden. Info vind je ook op http://www.muzee.be/en/permeke. (Foto © Steven Decroos en Mu.ZEE.)

 

2) Mondriaanhuis, Amersfoort

mondriaanhuis

In het geboortehuis van Pieter Cornelis Mondriaan (1872-1944) aan de Kortegracht 11 in Amersfoort is sinds 1994 een museum gevestigd dat gewijd is aan het leven en werk van de wereldberoemde schilder. Er is een permanente biografische tentoonstelling waarin je een kijkje krijgt in het leven van Mondriaan aan de hand van filmpjes, brieven en foto’s en er is een ‘schatkamer’ waar de realistische schilderijen uit Mondriaans beginperiode worden bewaard. Er is ook veel aandacht voor de andere steden waar Mondriaan belangrijke periodes in zijn leven heeft doorgebracht, vooral dan voor Parijs, want het atelier waar de schilder daar woonde en werkte, aan de Rue du Départ 26, is in het huis nagebouwd op ware grootte. Mondriaan woonde en werkte in Parijs van 1921 tot 1938, verhuisde toen, op de vlucht voor het nazisme, naar Engeland om ten slotte in New York te belanden. Behalve aan Mondriaan zelf wordt in het museum ook aandacht gegeven aan andere kunstenaars die door Mondriaan zijn geïnspireerd, in de vorm van tijdelijke tentoonstellingen. Tot 17 mei 2015 loopt ‘Mondriaanhuizen’, over modernistische architectuur in hedendaagse kunst. Info: www.mondriaanhuis.nl.

 

3) René Magritte Museum, Brussel

rene magritte jette

Een tikje verwarrend is het wel: in Brussel zijn twee musea gewijd aan schilder René Magritte (1898-1967). Het ene heet ‘Musée Magritte Museum’, kan uitpakken met een heel aantal topwerken en maakt deel uit van de Koninkijke Musea voor Schone Kunsten van België op de Kunstberg; het andere heet René Magritte Museum en bevindt zich in de Brusselse deelgemeente Jette, meer bepaald in een eerder onopvallend huis in de Esseghemstraat 135 waar de wereldbekende Belgische surrealist 24 jaar woonde en werkte. Het was zijn meest vruchtbare periode – tussen 1930 en 1954 – en hij bracht ze door in het gezelschap van zijn grote liefde en muze Georgette. Magritte had een atelier in de tuin maar werkte naar verluidt liever in de eetkamer van het appartement dat ze huurden op de benedenverdieping, om zoveel mogelijk in de buurt van zijn vrouw te zijn. Hij heeft trouwens meer dan eens details uit het huis in zijn schilderijen verwerkt. Het appartement op het gelijkvloers, dat de ontmoetingsplaats werd van de Belgische surrealisten in die tijd, is nu gereconstrueerd met bijna uitsluitend de oorspronkelijke meubels. Op de bovenverdiepingen kun je een biografische tentoonstelling over de schilder bezoeken. www.magrittemuseum.be

 

4) Ensorhuis, Oostende

ensorhuis

Wie ‘kunst’ en ‘Oostende’ in een zin wil combineren, zal in die zin hoogstwaarschijnlijk ook ‘Ensor’ vermelden. James Ensor werd geboren in Oostende in 1860 en is er, met uitzondering van regelmatige korte verblijven in Brussel, blijven wonen tot aan zijn dood in 1876. Hij is de schilder van een uitgebreid en bijzonder gevarieerd oeuvre, waarvan vooral de schilderijen en maskerades en persiflages wereldwijd bekend zijn. Het meesterwerk De intrede van Christus van Brussel is eigendom van het Getty Museum in Los Angeles, maar ook het kunstmuseum van Oostende (het heet Mu.ZEE) heeft een uitgebreide collectie Ensors. Op wandelafstand van het museum, in de Vlaanderenstraat, kun je ook het huis van James Ensor bezoeken: het is een klein en uniek museum waar geen enkel werk van de kunstenaar te zien is, maar waar je wel uitgenodigd wordt om je onder te dompelen in zijn leefwereld in de vroege 20ste eeuw. Je wandelt door de ruimtes waar Ensor heef gewoond en gewerkt, ingericht met authentiek meubilair en heel veel snuisterijen. Alle informatie over beide musea is te vinden op www.muzee.be.

 

5) Museum Gust De Smet, Deurle

Kunstschilder Gustaaf De Smet (1877-1943) behoort samen met Permeke en Frits Van den Berghe tot de Grote Drie van het Vlaamse expressionisme en tot de tweede Latemse school, een groep schilders die vernoemd werd naar de gemeente Sint-Martens-Latem, een echt schildersdorp waar gelijkgestemde zielen elkaar en de prachtige weidse natuur opzochten. Hier, meer bepaald in de deelgemeente Deurle, liet Gustaaf De Smet in het midden van de jaren 30 een sober, deels houten huis met atelier bouwen, met een weids uitzicht over de Leiemeersen. Zijn vriend René Van der Plaetsen tekende de plannen en voorzag een onderbouw van bepleisterde cementsteen en daar boven een verdieping in hout, met lariksbeplanking. De Smet woonde er tot aan zijn dood en sprak wens dat het schildershuis opengesteld zou worden voor het publiek, en zo geschiedde. In 2007 werd het ook beschermd als monument. Binnen ademt het museum nog de authentieke sfeer van een kunstenaarswoning uit die tijd: zowel de huiskamer, het atelier en de slaapkamer werden ingericht met oorspronkelijke meubels en aan de muren hangt een selectie van ongeveer honderd werken die na de dood van de schilder in de woning achterbleven. Op dit moment echter zijn die werken, en ook de meubels en huisraad in depot, want het museum is nog tot eind 2015 gesloten voor renovatie. Op de website van de gemeente zal worden aangekondigd wanneer het museum terug opengaat.

 

___ Tekst: Hadewijch Ceulemans