Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


5 modernistische huismusea, op rijafstand van Brussel

Architectuur België Cultuur Design

Vorig jaar gingen na heel lang wachten de deuren van Villa Tugendhat in Brno open voor het publiek. Daarmee is Europa een prachtig modernistisch huismuseum rijker, en een bedevaartsoord voor architectuurliefhebbers, die de kans krijgen om zich te vergapen aan interieurs die ooit enkel bestemd waren voor de ogen van een (rijke) opdrachtgever, zijn familie en zijn gasten. Dit zijn onze vijf favorieten:

1) Villa Tugendhat

In een residentiële buitenwijk van de Tsjechische stad Brno: Villa Tugendhat, een icoon van de Internationale Stijl, ontworpen door de Duitse ster van het modernisme, Ludwig Mies van der Rohe, in 1927 en opgeleverd in 1930.

Een totaalproject, waarbij de architect niet alleen het huis maar ook het interieur heeft ontworpen, tot in het kleinste detail – sommige van de meubels die hij voor deze villa maakte, zijn bekender geworden dan de villa zelf. Mies van der Rohe (1886-1969) werkte in opdracht van Fritz Tugendhat en Grete Weiss, allebei afkomstig uit rijke industriële families van het vroegere Tsjecho-Slowakije. Geld was geen probleem, dus Mies van der Rohe kon zonder al te veel restricties het huis opleveren waar zijn bouwheren op zaten te wachten: een nooit eerder geziene minimalistische luxueuze villa op een heuvel, met een open grondplan, een stalen frame en uitgerust met panoramische muren van glas die volledig opengeschoven konden worden en een indrukwekkend uitzicht boden op de tuin en de lager gelegen stad.  Modern, ruim, licht, en met klare, cleane lijnen. Mies van der Rohe voorzag enkele unieke faciliteiten, zoals een speciale kamer waar bontjassen koel en mottenvrij bewaard konden worden, een verwarmings- en aircosysteem dat eruitziet als de machinekamer van een schip en een gesofisticeerde watertoevoer waarbij het water langs stenen werd geleid die men van de zeebodem had gehaald, en langs filters met cederolie, om het fris en geurend te maken. Nog opmerkelijk zijn de prachtige materialen die gebruikt zijn, vaak afkomstig uit afgelegen gebieden, zoals ebbenhout uit Zuidoost-Azië (voor de bibliotheek en de ronde eethoek) en ongelofelijke dunne onyxplaten uit het Atlas gebergte, voor de muur in de leefruimte, het pronkstuk van het huis. De combinatie van dit alles is ronduit adembenemend. Geen wonder dat de Duitse bezetter de villa confisqueerde, nadat de familie Tugendhat gevlucht was uit Tsjecho-Slowakije. Het heeft woelige tijden doorstaan maar is, na een grondige renovatie, sinds 2014 eindelijk open voor het publiek. Kijk voor info op www.tugendhat.eu.

 

2) Huis Sonneveld

Een must in Rotterdam: het Huis Sonneveld van architectbureau Brinkman en Van der Vlugt voor de familie Sonneveld in de Jongkindstraat, aan de rand van het Museumpark. Foto: www.huissonneveld.nl.

Deze parel uit 1933 is een van de best bewaard gebleven woonhuizen in de stijl van het Nieuwe Bouwen. Het ontleent zijn naam aan de bouwheer, Albertus Sonneveld, een van de directeuren van de Van Nellefabriek. Hij gaf de opdracht aan architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt, hetzelfde bureau dat een paar jaar eerder de plannen voor de fabriek had getekend – het belangrijkste industriële monument in Nederland – en dat iets later het Feyenoord stadion zou ontwerpen. Sonneveld wilde, geïnspireerd door zijn vele zakenreizen naar Amerika, een modern huis voor hem en zijn gezin, en hij koos ook resoluut voor de daarbij horende moderne levensstijl. Een bezoek aan het huis stelt je in staat om je voor te stellen hoe een dag in het leven van deze vooruitstrevende familie (en hun personeel) eruit zag: het interieur is immers exact teruggebracht naar de staat waarin het werd opgeleverd in 1933. De aankleding was door de architecten volledig afgestemd op de bijzonder architectuur, in nauwe samenwerking met meubelfabrikant W.P Gispen; denk aan kleurrijk design, doorlopende frames met naadloze stalen buizen en innovatief gebruik van techniek. Het huis is niet langer bewoond – het is nu een museum – maar toch lijkt het alsof de familie er elk moment kan binnenstappen, terug van een uitstapje. Verschillende kunst- en gebruiksvoorwerpen die werden verzameld uit schenkingen, aankopen en bruiklenen brengen de kamers echt tot leven. Een bezoek aan dit huis is als een reis terug in de tijd, en ook een aanrader voor gezinnen met kinderen, die zich kunnen verbazen over details in de kinderkamers van de familie Sonneveld en over de rol van de meid bijvoorbeeld. Er is ook een ‘designer-in-residence’ programma in het kader waarvan design van hedendaagse vormgevers in interactie met het interieur van toen wordt gebracht. Alle informatie vind je op www.huissonneveld.nl.

 

3) Architectenwoning Braem

Dichtbij huis wat ons betreft: het huis-met-atelier dat Renaat Braem voor zichzelf bouwde in de Menegemlei (nr. 23) in Deurne bij Antwerpen. Foto: O. Pauwels voor Onroerend Erfgoed - www.vioe.be.

Braem (1910-2001) is een van de bekendste vertegenwoordigers van de naoorlogse architectuur in België. Als enige Belg ooit liep hij stage bij Le Corbusier, en zijn sociale wooncomplexen werden internationaal besproken. Braem was ook een ideoloog, en de auteur van heel wat polemische essays over architectuur, stedenbouw en maatschappelijke kwesties. Op het hoogtepunt van zijn carrière (1955-1958) ontwierp hij een huis voor zichzelf en zijn echtgenote, grafisch kunstenares Els Severin; we kunnen de woning met atelier rustig als exemplarisch beschouwen voor zijn opvattingen over wonen en vormgeving. De halfopen bebouwing is sober en strak, met een uitgepuurde gevelvlakverdeling. De ruimtes binnen worden gevormd door rechthoekige volumes en natuurlijke verhoudingen. De sfeer wordt verder bepaald door kleuren – blauw, geel en rood – en door het licht dat vooral in het atelier overvloedig binnenstroomt. In 1997 heeft Renaat Braem zijn huis en het volledige interieur geschonken aan de Vlaamse gemeenschap. Vandaag is het een huismuseum, dat bezocht kan worden in kleine groepen, met een gids van de stad Antwerpen (die je boekt via gidsenwerking@stad.antwerpen.be) of van de organisatie Antwerpen Averechts (info op www.antwerpenaverechts.be). 

 

4) Villa Savoye

Op een goeie 30 kilometer ten noord-westen van Parijs: Villa Savoye (1928-1931), een van de belangrijkste voorbeelden van moderne 20ste-eeuwse architectuur, ontworpen door de enige echte Le Corbusier. Foto: landscapelover.wordpress.com

Le Corbusier (de nom de plume van Charles-Édouard Jeanneret-Gris, 1887-1965) maakte van deze adembenemende woning op het Franse platteland een ode aan de vooruitgang, aan de nieuwe, moderne wereld van na de oorlog, waarin een prominente rol was weggelegd voor de technologie. Le Corbusier kreeg een ruim budget beschikbaar van zijn opdrachtgever, verzekeraar Pierre Savoye, en zag zijn kans schoon om de vijf uitgangspunten van zijn nieuwe architectuur in de praktijk te brengen; vijf principes die hij had geformuleerd in 1927, ongeveer een jaar voordat de bouw van Villa Savoye van start ging. Hij wilde bouwen op kolommen, zodat het gebouw boven de grond zweeft, een vrije plattegrond met niet-dragende muren, lange horizontale ramen, een vrije gevelindeling en een daktuin. In de Villa Savoye – die ook bekendstaat als Villa Les Heures Claires – vallen de kolommen alvast op – je parkeert er je auto onder de eerste verdieping en loopt dan meteen de garage op de begane grond in. Daarnaast zijn ook de hal en ruimtes voor het personeel. De leefruimtes zijn op de eerste verdieping, en die bereik je ofwel via de tap of wel via de hellingbaan: een opvallend element dat zorgt voor een hellende opgang en daardoor ‘verbindt’, aldus Le Corbusier, terwijl een trap volgens hem juist ‘scheidt’. Het woongedeelte grenst aan het terras en de tuin. De hellingbaan loopt verder naar boven door, tot op het dak dat is opgevat als een zonneterras, met halfronde muren en panoramavensters. De Villa werd vernield tijdens de Tweede Wereldoorlog maar nadien volledig gerenoveerd en opengesteld als museum (alle info op www.villa-savoye.monuments-nationaux.fr). Met de bouw van Villa Savoye werd Le Corbusier gelanceerd als dé te volgen architect en werden de principes van de Internationale Stijl op punt gesteld.

 

5) Rietveld Schröderhuis

Het Rietveld Schröderhuis in de residentiële Prins Hendriklaan in Utrecht (nr. 50), een experimenteel ontwerp van Gerrit Rietveld voor de ietwat excentrieke Truus Schröder. Foto: Ernst Moritz voor centraalmuseum.nl.

Dit is het eerste complete woonhuis dat Rietveld (1888-1964) ontwierp; tot op dat moment (we schrijven 1924) had hij enkel meubels getekend, trouw aan de principes van Nederlandse avant-gardekunstbeweging De Stijl. Diezelfde principes waren ook het vertrekpunt voor het asymmetrische ontwerp van het huis voor de weduwe Schröder: Rietveld gebruikte bijvoorbeeld enkel primaire kleuren (naast wit, grijs en zwart) en koos voor een eenvoudige, uitgekiende vormentaal. Alles draagt duidelijk de signatuur van Rietveld, maar ook die van zijn opdrachtgeefster. Ze had een paar duidelijke eisen; zo wilde ze absoluut sober wonen, en liefst op de eerste verdieping, om van het landschap te kunnen genieten en omdat ze zich ‘los van de grond’ beter voelde. De huiskamer kwam dus inderdaad op de eerste verdieping en is een intrigerende ruimte: groot, licht, centraal gelegen en vooral: multifunctioneel. Ze is als het ware plooibaar, dankzij schuifwanden die de kamer in verschillende vertrekken opdelen indien gewenst. De wand die de slaapkamer vormt, kan ’s ochtends worden opgeschoven, het bed wordt dan een bank ét voila, de slaapkamer is weg en de leefruimte wordt optimaal benut. Tussen 1924 en 1933 had Rietveld op de benedenverdieping zijn atelier; na het overlijden van zijn vrouw trok hij in bij Truus Schröder. Hij overleed in hun huis in 1964. Later werd het door Truus Schröder aan de Stichting Rietveld Schröderhuis geschonken, die het volledig restaureerde en nu openstelt voor bezoekers. Reserveren is noodzakelijk, via centraalmuseum.nl.

 

___ Tekst: Hadewijch Ceulemans