Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


5 adembenemende naoorlogse kapellen

Architectuur België Cultuur

Bij het woord ‘kapel’ of ‘kerk’ denken we meestal spontaan aan typische, vaak gotische, gebouwen met een toren, of aan kleine intieme plekken met een kruis en veel versieringen, ter ere en glorie van God. Naoorlogse architecten zijn er echter in veel gevallen in geslaagd om in de vormentaal van hun eigen tijd, vaak veel minimalistische en ‘bruter’, gebouwen te creëren die op een minstens even krachtige manier een gewijde, spirituele sfeer oproepen. Dit zijn er 5 die ons aanspreken en intrigeren:

 

1) Bruder-Klaus kapel in Wachendorf, Duitsland

Peter Zumthor

bruder klaus peter zumthor

Peter Zumthor ontwierp deze kapel in 2005 in opdracht van een plaatselijke boer uit de Duitse Eiffel, die Zumthors naam was tegengekomen in de krant en eerder nooit van de Zwitserse sterarchitect gehoord had (of van zijn gebruikelijke honorarium). Dat Zumthor de ongebruikelijke opdracht toch aanvaardde, heeft te maken met zijn moeder: de 15de-eeuwse Bruder Klaus was haar lievelingsheilige. Hij slaagde erin de kosten te drukken door de plaatselijke gemeenschap, de familie en de vrienden van de boer, in te schakelen voor de constructie: zij rooiden de dunne boomstammen voor de bekisting van het interieur, stortten het beton en verasten de stammen. De kapel, die klaar was in 2007, oogt robuust van ver, maar wie dichterbij komt ziet een slanke toren. Eens je binnen bent is van het hoekige gevoel dat het exterieur oproept niets meer te merken: in de vloeiende ruimte worden geluid en licht geabsorbeerd door de wanden, zodat iedereen in een gewijde, stille sfeer tot zichzelf kan komen. Ondanks de ongewone, monolitische architectuur past de kapel ook perfect in het glooiende landschap. Bezoekersinformatie vind je op www.feldkapelle.de. (Foto: Thomas Maier)

 

2) Kerk van de Sint-Bededictusabdij bij Vaals, Nederland

Dom Hans Van Der Laan

sint-benedictus hans van der laan

De uitbreiding aan de noordkant van de abdij op de Sint-Benedictusberg in Limburg, tussen 1956 en 1987, geldt als het hoogtepunt van het oeuvre van de benedictijner monnik en architect Dom Hans van der Laan, die zelf een groot deel van zijn leven, tussen 1968 en 1991, in de abdij woonde. Hij baseerde zijn ontwerp op het plastisch getal, een speciale verhouding waarmee een hele reeks van met elkaar verbonden verhoudingen samenhangt. Het getal vormde de grondslag van de verhoudingenleer die Van der Laan ontwikkelde en die de basis van de Bossche School, een traditionalistische stroming in de Nederlandse architectuur die veelal religieuze gebouwen heeft voortgebracht, die gekenmerkt worden door een sobere vormgeving en meestal opgetrokken zijn uit beton, baksteen en hout. Dat is ook het geval voor de kerk van de Sint-Benedictusabijd waar de gemetselde wanden opvallen evenals de doorlopende lateien van beton. De plattegrond heeft een verhouding van 3 staat tot 8, een afgeleide van het plastisch getal. Later kwam Van der Laan tot de conclusie dat die verhouding 3 tot 7 had moeten zijn. Van der Laan heeft duidelijk zijn stempel op de abdij gedrukt: hij verwijderde tijdens de uitbreiding de meest pittoreske delen van het bestaande klooster, en hij ontwierp ook de windwijzer, meubels, zilverwerk en priestergewaden. Het geheel ademt een minimalistische, gewijde sfeer. Het adres: Mamelis 39, Lemiers.

 

3) Bedevaartskapel OLV van Kerselare, België

Juliaan Lampens

kapel juliaan lampens

De betonnen bedevaartskapel uit 1966 is een topwerk van Juliaan Lampens, de Oost-Vlaamse architect die de spotlights altijd heeft gemeden, maar wiens modernistische oeuvre stilaan veel bekender wordt, en alom geprezen. Lampens staat voor een minimalistische architectuur in ruw zichtbaar beton en glas, waarin eenvoud centraal staat. Er is ook altijd een belangrijke rol weggelegd voor het weidse landschap waarin zijn gebouwen een plaats hebben gekregen. Zijn radicale ontwerp voor de bedevaartskapel was in de jaren 60 revolutionair en omstreden (enkel de pastoor kreeg te de echte plannen te zien) maar de eenvoud ervan is uiteindelijk juist tijdloos gebleken. De kapel, met een driehoekig silhouet, oogt naakt en streng maar ook krachtig en poëtisch, onder meer door het terugkeren van de helling van de Edelareberg in de schuine lijn van het dak.  De kapel is een populair bedevaartsoord: jaarlijks komen er naar schatting 50.000 pelgrims. Sinds 2009 is ze beschermd als monument, en ze is vrij toegankelijk voor publiek – het adres: Kerzelare 98, Edelare. (Foto: Kathleen Lanclus, © Onroerend Erfgoed)

 

4) Bedevaartskapel Notre-Dame du Haut in Ronchamp, Frankrijk

Le Corbusier

Ook de wellicht bekendste naoorlogse kapel mag niet in ons lijstje ontbreken. Ze ligt in de Franse Vogezen en werd in 1954 gebouwd ontworpen door Le Corbusier, als ode aan zijn moeder. (Dat klinkt bekend…). De kapel heeft een opvallende puntvorm, die als het steven van een schip naar het zuidoosten wijst. Le Corbusier ontleende het idee voor die basisvorm aan een lege krabschaal die hij in de jaren 30 had geschilderd. Je herkent de vorm duidelijk in het dak, dat volledig hol is vanbinnen. De plattegrond van de kapel is asymmetrisch – de muren zijn niet dragend maar verbergen een skelet van gewelfde vlakken en zuilen van gewapend beton. Voor Le Corbusier was de lichtinval cruciaal voor de sfeer in de kapel: hij voorzag kleine, onregelmatige ramen die diep in de dikke muren verzonken liggen en ontwierp en brandschilderde ze persoonlijk. Nog opvallend is de strook glas tussen de muur en het dak, waardoor het dak lijkt te zweven en het daglicht in een felle baan binnenkomt. Tussen 2008 en 2011 werd de kapel uitgebreid met een bezoekerscentrum en een klooster, ontworpen door Renzo Piano. Op www.collinenotredameduhaut.com vind je alle relevante informatie om een bezoek te plannen. (Foto’s: G.Vieille, © ADAGP)

 

5) Afscheidskapel in Krasnja, Slovenië

Ofis Architects

farewell chapel ofis krasnja

Deze afscheidskapel werd gebouwd in 2009 in het kleine dorpje Krasnja vlakbij de Sloveense hoofdstad Ljubljana, naast een bestaand kerkhof. De kapel werd grotendeels in de heuvel ingegraven, en de contouren volgen de lijnen van het omliggende landschap. Binnen is de ruimte door drie in elkaar hakende gebogen muren verdeeld in verschillende zones: een ruimte waar de diensten worden gehouden, een ruimte om afscheid te nemen van de overledene en een plateau dat uitgeeft op de heuvel die de kapel omkapselt. Tussen dat plateau en de heuvel werd een gebogen betonnen muur opgetrokken, die de organische vorm van de kapel definieert. Binnen wordt diezelfde kromming gevolgd door een gebogen muur, deels in glas. Het dak volgt een eigen kromming en vormt gedeeltelijk een afdak boven de ingang. In het betonnen dak werd een glazen koepel geplaatst in de vorm van een kruis – het licht dat zo binnenstroomt geeft binnen een bijzonder effect. De manier waarop het gebouw als het ware opgaat in de natuur vinden wij een ontzettend geslaagde hedendaagse interpretatie van de spirituele sfeer van een kapel. (Foto: Tomaz Gregoric via www.ofis-a.si)

 

___ Tekst: Hadewijch Ceulemans