Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


Tanguy Ottomer in de Handelsbeurs

Cultuur

Af en toe ontdek je dat je eigenlijk weinig afweet van dingen die je nochtans als bekend terrein beschouwt. Zoals je eigen stad. Wij van Luster fietsen en wandelen elke dag door de straten van Antwerpen; ons kantoor ligt immers pal in het centrum. Tot voor kort dachten we daar niet àl te veel bij na – natuurlijk, het is leuk om in de schaduw van de kathedraal te vertoeven en om een toren van een toparchitect als Braem vlak achter de hoek te hebben. Maar dat er ooit nog zoveel andere knappe gebouwen stonden in ’t Stad, daar hadden we eigenlijk weinig besef van. Of we wisten het ergens wel, we hebben sommige van die gebouwen zelfs nog met eigen ogen gezien voor ze tegen de vlakte gingen, maar die herinneringen zaten ergens vér vér weg in ons geheugen. Tot we Tanguy Ottomer ontmoetten, en samen met hem het boek t Stad van vroeger – Verdwenen parels van Antwerpen maakten. Een klein halfuurtje in de enthousiaste presence van de zelfverklaarde BeroepsAntwerpenaar, en bang!, je voelt je plotsklaps apetrots dat je een Sinjoor bent. (Al leerden we van Tanguy dat we eigenlijk geen Sinjoren zijn maar soit, meer daarover in zijn boek.)

(Kerstverlichting op de Groenplaats, aan het begin van de Nationalestraat, jaren 50. Foto: verzameling Hugo Buyle.)

Tanguy nam ons mee door de straten van onze stad en leerde ons kijken door een andere bril – eentje met een nostalgisch retromontuurtje. Hij vertelde honderduit, bevlogen, enthousiast en soms met een beetje tristesse over de gebouwen, de monumenten en de pleinen die ooit de stad bijna de grandeur van Parijs gaven. Ze zijn gesneuveld door de oorlog (een bom op een cinema gooien, wie doet dat nu?); door verwaarlozing (zo’n leegstaand prachtpand als het Hôtel de Fraula, het breekt je hart, of toch in ieder geval dat van Tanguy); door de moderniseringsdrang na de oorlog (Antwerpen moest en zou zich tonen als een moderne stad met skyscrapers, dus bye-bye Hotel Weber); of gewoon door foute beslissingen, een gebrek aan daadkracht en de komst van het komen. Tanguy staat niet te veel stil bij het hoe en het waarom, noch in zijn boek, noch tijdens de wandelingen die we met hem maakten, en hij verbergt zijn verontwaardiging achter een minzame glimlach onder een al even minzaam snorretje. Zijn boek is, net als al zijn andere projecten, in de eerste plaats een ode en een liefdesverklaring aan zijn (en ook onze) stad, maar ook een pleidooi om behoedzaam om te springen met de architecturale parels die er wél nog staan.

(Het Zuidstation, ca. 1902. Het werd afgebroken in 1965. Nu staat op deze plek het gerechtsgebouw van Richard Rogers. Foto: Tanguy Ottomer.)

Een voorbeeld van zo’n gelukkig goed bewaard gebouw is de Handelsbeurs: een knap pand met gaanderijen uit het einde van de 19de, gebouwd op de plaats en de grondvesten van de eerste, 16de-eeuwse, beurs, maar deze keer wel met een dak erop en met vier ingangen. In 1997 verloor het gebouw z’n functie doordat de effectenbeurs van Antwerpen werd overgenomen door die van Brussel. Er vonden een tijdlang wel nog evenementen plaats, maar in 2003 werd de Handelsbeurs afgesloten: men vreesde, na het vuur dat de Stadsfeestzaal in de as legde, voor de brandveiligheid. De beurs is verkocht en wacht op een nieuw leven, wellicht als evenementenhal. In tussentijd blijft ze gesloten voor het publiek. Maar niet voor Tanguy Ottomer: hij kreeg de sleutel voor een dag – vrijdag 17 oktober meer bepaald – in handen en maakt van de gelegenheid gebruik om een select groepje journalisten (plus een Lusterredactrice en een Lusterpersverantwoordelijke) mee naar binnen te nemen. Tanguy zal er zijn boek voorstellen en een kleine rondleiding geven. ’t Stad van vroeger aan de wereld presenteren in ’t schoonste gebouw van ‘t Stad van nu: ideaal.

(Het Zuiderterras in de late jaren 60. Foto: verzameling Hugo Buyle)

(De foto bovenaan dit artikel toont de ingang van de Handelsbeurs tijdens de belle époque. Foto: Handelsbeurs, Jan Renaer.)