Logo                 Fb Insta Pin Tw
SEARCH
STAY IN TOUCH


De straat op met Niko: deze topfoto's brachten we mee

Fotografie Sidebar

Hij aarzelt een beetje vooraleer hij van wal steekt, maar 5 seconden later volgen de interessante tips, tricks en verhalen uit zijn mond elkaar in rap tempo op: Niko Caignie is niet alleen een geweldig fotograaf met een groot aantal fans, hij is ook een enthousiaste, charismatische workshopbegeleider. Dat ondervonden we afgelopen maandag, in de buurt van het Antwerpse Centraal Station, waar Niko op vraag van Luster zijn passie voor en zijn kennis over straatfotografie een namiddag lang deelde met een zorgvuldig geselecteerd clubje van 8 bezielde én getalenteerde amateurfotografen: Dimitri Belfiore, Philippe Wartel, Adriaan Devillé, Sara Smeekens, Vincent Baart, Ilse Hendrickx, Dominique Romaen en Gregory Van Toor. (Ook nog aanwezig: laatstejaars student fotografie Quinten Ruelens, die stage liep bij Niko, Ana Glorieus, PR-verantwoordelijke van Sony en Karin en Hadewijch van Luster.)  

De verwachtingen van de deelnemers variëren van vaag (‘iets bijleren’) tot hooggespannen (‘beter leren kijken’). Ieder van hen kijkt ook uit, zij het soms met een tikje zenuwen, naar het moment waarop ze persoonlijke feedback zullen krijgen van een ervaren en bejubelde rot in het vak. Die neemt geen blad voor de mond, zo blijkt even later, wanneer hij de eerste beelden op de kleine cameraschermpjes te zien krijgt. Lijnen staan scheef, perspectieven zijn oninteressant, achtergronden zijn te druk… Wanneer iedereen daarna opnieuw uitzwermt (‘om een betere fotograaf te worden moet je vooral fotograferen en zelf uitproberen’, dixit Niko, ‘en dus niet als een groep volgers achter een leraar aanlopen’) gebeurt dat met frisse moed en ideeën, met gretigheid en een arendsblik, op zoek naar die ene setting waar het licht net goed valt, naar dat ene perspectief van waaruit niemand eerder heeft gekeken, naar die ene voorbijganger met een blik of houding waaruit veel gevoel spreekt. Elk van hen heeft voor zichzelf een andere uitdaging vooropgesteld.  

Een vaak terugkerende vraag is hoe je de mensen die je wil fotograferen best benadert. ‘Niet’, vinden sommigen: ‘je maakt je snapshot en je bent weg, zonder oogcontact te maken’. Niko zelf werkt anders: de foto’s die hij maakt van mensen op straat zijn geen snapshots, het zijn portretten. ‘Wanneer ik een plek tref waar het licht mooi valt, met mooie lijnen of architectuur ofzo, dan weet ik dat er veel kans is dat ik daar op een bepaald moment de foto zal kunnen maken die ik wil. Dan ga ik vaak geduldig zitten wachten tot er iemand voorbij komt en er iets gebeurt. Ik heb op straat liefst zo weinig mogelijk spullen bij, en werk daarom vaak met dezelfde 50 mm lens. Dat betekent dat ik sowieso dicht bij de persoon sta die ik fotografeer. Ik maak altijd oogcontact – afhankelijk van of en hoe iemand terugkijkt kan ik al aanvoelen of een foto zal lukken of niet. Contact maken is inderdaad een stap, je moet het subtiel aanpakken, niet intimiderend zijn maar juist rust en sympathie uitstralen. Daarvoor moet je zelf al goed in je vel zitten; dat is iets wat groeit naarmate je het meer doet. Je zult zien dat de meeste mensen positief reageren. En wanneer ik de aandacht van de mensen dan toch heb, vraag ik hen meestal om een paar verschillende poses aan te nemen; dan neem ik zelf de tijd om op zoek te gaan naar hét juiste beeld’. 

Wat dat juiste beeld dan is? Daar heeft Niko een antwoord op: het is het beeld dat jij als fotograaf zelf mooi en goed vindt – je moet vooral niet te veel bezig zijn met wat je omgeving of critici willen of verwachten. Hijzelf houdt van weidse, ruime, ademende beelden (‘dat is nu eenmaal mijn ding’), van positieve verhalen (‘straatfotografie hoeft echt niet alleen maar bedelaars en armoede en vuil in beeld te brengen’) en van originele, onverwachte perspectieven (‘iedereen weet hoe een voorbijrijdende fietser er van op ooghoogte eruit ziet – als fotograaf moet je de mensen iets anders tonen. Hou je camera aan je voeten, ga op je buik liggen, fotografeer de wielen, of probeer op een hoogte te staan.’)

Welk verhaal een fotograaf wil vertellen: het blijft iets persoonlijks. En welke foto’s hij of zij kan maken hangt af van zoveel factoren: het licht, de situatie, de oplettendheid en gevoeligheid waarmee de fotograaf naar zijn omgeving kijkt. Hieronder zie je welke foto’s de deelnemers tijdens de workshop zoal maakten; iedereen koos, na een grondige nabespreking met Niko, zelf zijn of haar beste beeld. De Antwerpse stationsbuurt zoals u ze nog nooit eerder zag dus, maar deze fotografen, omdat ze net iets beter kunnen kijken, wel.
 

PS We zijn zelf ronduit onder de indruk van de veelheid aan originele, fijngevoelige, verrassende, pakkende, schone, intrigerende beelden die één korte workshopnamiddag hebben opgeleverd. Dat ligt aan de juiste mensen – dank aan Niko, Quinten, An én aan de gedreven en getalenteerde deelnemers – en ook wel een beetje aan het kleine handboek dat ieder van hen als voorbereiding op de workshop heeft gelezen: ‘Lees dit als je topfoto’s wilt maken’, van Henry Carroll. Een to-the-point boekje vol praktische technieken en nuttige aanwijzingen, dat zich volgens de deelnemers vooral van de andere boeken in dit genre onderscheidt door de iconische en inspirerende foto’s waarmee de tips worden toegelicht, van topfotografen zoals René Burri, Robert Capa, Henri Cartier-Bresson, Lee Friedlander, Dorothea Lange, Martin Parr en Alec Soth. Bestellen kan hier.


©Dimitri Belfiore


©Gregory van Toor


©Ilse Hendrickx


©Dominique Romaen


©Philippe Wartel


©Adriaan Devillé


©Vincent Baart


©Sara Smeekens